Door een vel (crêpe) papier samen te vouwen en die dan voor driekwart van de lengte in te knippen maakte je een soort pluim, waarbij je het niet in geknipte deel na het in elkaar draaien van het papier, door het gat van een gobang (koperen muntstuk) wringt en het gedeelte dat door het gaatje steekt, plat tegen de gobang drukt. Het in geknipte gedeelte aan de andere kant van de gobang frommel je een beetje door elkaar, zodat je een soort badminton shuttle krijgt. Nu moet je deze shuttle met de wreef van je blote voet zo vaak mogelijk omhoog zien te “trappen”. Wie de van tevoren afgesproken aantal punten het eerst haalt heeft gewonnen. De verliezer moet nu de shuttle van een afstand naar de winnaar gooien, die de shuttle dan zover mogelijk probeert weg te trappen, en wel zodanig dat de verliezer deze niet op kan vangen. Dit kan zo door gaan tot de verliezer de weg getrapte shuttle weet op te vangen. Tjapè seg dese spel, vooral nu al toewèh.
Een variëteit hierop gaat als volgt: Dit spel wordt met meer dan twee spelers gespeeld. De spelers leggen de handen op de schouders van de andere spelers en vormen zodoende een kring. Terwijl één van de spelers aan het “koeng-koengen” is, tellen de anderen in het Japans het aantal keren dat het despeler lukt de shuttle omhoog te trappen. Het tellen gaat van: “i – o – sang – se – oe – en dan?”