(Samenvatting Lilian Ducelle, W. Oostveen, Jan Jagtman en Ben Anthonio)
Dit spel kan je spelen met twee, vier of zes spelers, een even aantal dus, om twee partijen met een gelijk aantal spelers te vormen. Op ongeveer 5 á 6 flinke stappen van elkaar worden twee lijnen getrokken, de werplijn en de basislijn. (± 6 mtr. van elkaar) Elke speler heeft voordien een geschikte steen opgezocht, of heeft zo’n steen (gatjoek = gelukssteen) voor dit spel bewaard. Het is een kunst om een goede steen te vinden, niet te breed, niet te dik omdat je die steen op je wreef moest kunnen meedragen; hij moet bovendien zwaar genoeg zijn om de steen van je tegenstander omver te kunnen smijten maar ook niet al te zwaar omdat je er dan bij het hinken zelf last van had. Ook moet hij stevig op de basislijn opgesteld kunnen worden, opdat hij niet bij het lichtste tikje omver valt. Ik ga er nu van uit dat we met twee spelers zijn. Eerst drie keer soeten wie er mag beginnen.
1. Eerste ronde:
De verliezer stelt zijn steen rechtop op de basislijn, de winnaar staat op de werplijn met zijn steen in de hand.Van hieruit moet hij proberen de steen van zijn tegenstander omver te gooien. (Je mag een stap voor de aanloop nemen.) Dat lukt soms. Wanneer dat niet het geval is, dan moet je van de plaats waar de steen heen gerold is, alsnog de steen van je tegenstander proberen te raken, maar nu met een beweging achterom tussen je benen door. Dit mag je drie keer proberen. Heb je de steen van je tegenstander omver kunnen smijten, dan begint de tweede ronde. Natuurlijk probeer je zo hard te gooien, dat de stukken van de opgestelde steen eraf vliegen of nog beter in stukken breekt. Indien er meer dan twee spelers meedoen, bijvoorbeeld zes, (twee partijen van drie spelers) dan mag diegene die de opgestelde steen van één van de tegenstanders in één worp omver kon gooien, een worp van eenploegmaat overnemen.
2. Tweede ronde: Je tegenstander stelt zijn steen opnieuw op de basislijn op. Jij begeeft je naar de werplijn en legt je steen op je wreef (met blote voeten kan je zo’n lekker holletje maken door je tenen om te buigen) en met één stap voorwaarts moet je weer proberen met jouw steen de steen van je tegenstander om te slingeren. Dit mag je maar één keer proberen. Miste je dan is het spel afgelopen en wordt er van plaats gewisseld. Bij meer dantwee spelers mogen de ploegmaten de worp van je overnemen. Lukt het je wel om de steen (stenen) van je tegenstander(s) omver te slingeren dan begint de laatste en moeilijkste ronde.
3. Derde ronde: Opnieuw stelt je tegenstander zijn steen op de basislijn op. Nadat je jouw steen zo stabiel en prettig mogelijk op je wreef hebt geplaatst, moet je vanaf de andere lijn op één been hinkend en met het been waar de steen op de wreef is geplaatst heen en weer bewegend (wiegend) zo dicht mogelijk naar de steen van je tegenstander toe hinken en die omver proberen te slingeren. Je voet mag de steen van je tegenstander niet raken. Verlies je jouw steen onderweg of raak je met je voet per ongeluk de steen van je tegenstander dan ben je af. Dit slingerend voortbewegen is een kunst, je moet een zekere vaart hebben en toch er voor zorgen dat de steen niet van je wreef valt. Lukt dit dan gaat de vierde ronde in.
4. Vierde ronde: Deze bestaat uit het hinkend wegbrengen van de steen van je tegenstander, naar waar máár! Over heuvels en door dalen (als speelterrein wordt een terrein gekozen met zoveel mogelijk obstakels als greppels, struiken en oneffenheden) en zelfs trappen op en af (de speelvelden lagen soms opverschillend niveau, waardoor cementen trappen waren aangelegd met of zonder leuning) door-maar-door, totdat door een verkeerde hinksprong of het uit balans raken, de steen van je wreef rolde. Bij meer dan twee spelers neemt een ploegmaatje dit wegbrengen over. Rusten met de voet op de grond mag wel, maar de steen moet persé op de wreef blijven … náh itoe dia… meestal pégél en de steen rolt eraf. Tijdens dit hinken probeer je soms moeilijk na te bootsen bewegingen te maken. De afgelegde weg wordt keurig netjes bijgehouden door het aanbrengen van markeringen in de vorm van takjes, steentjes of op de grond getrokken streepjes. Je moet proberen om tijdig vóór dat de steen van je wreef rolt, deze steen met een flinke zwaai van je been zover mogelijk weg zien te smijten, natuurlijk het liefst over in de buurt staande hindernissen. Vanaf de plaats waar de steen van je wreef is gerold of na het wegzwiepen is terechtgekomen, moet nu je tegenstander met zijn steen op zijn wreef de afgelegde weg plus in omgekeerde richting afleggen, inclusief het nabootsen van de eventueel gemaakte bewegingen.
Rolt de steen onderweg van zijn wreef, dan moet hij vanaf die plaats de rest van het parkoers afleggen, maar nu met zijn tegenstander (gôtong) op de rug. In het geval van meerdere medespelers, neemt vanaf de plaats waar de steen van de wreef afgerold is, deze over, enz. Vanaf de plaats waar de laatste tegenstander de steen verliest, moeten zij met de winnende spelers op de rug de rest van het afgelegde parkoers afleggen.
Variant op de derde ronde? Ik kan natuurlijk ook één ronde vergeten zijn, in dat geval dit stuk tussenlassen!: Als het je lukt de steen van je tegenstander omver te krijgen, dan mag je de steen van je tegenstander op de voet nemen en hem op die manier zo ver mogelijk wegwerpen. De tegenstander moet dan, zijn steen op de voet, al huppelend vanaf de plaats waar die terechtgekomen is, terug brengen naar de basislijn, waar je jouw steen inmiddels rechtop hebt opgesteld. Hier mag hij dan proberen jouw steen omver te keilen. Verliest hij de steen onderweg of lukt het hem niet jouw steen omver te werpen, dan ga jij door met ronde vier. Lukt het hem wel dan wordt er van plaats gewisseld en mag hij verder gaan. Hij begint daar waar hij zijn vorige beurt heeft beëindigd.
De vierde ronde wordt dan: Je legt je steen weer op de wreef van je voet en probeert nu de op de basislijn opgestelde steen van je tegenstander, vanaf de werplijn omver te werpen. Lukt dit, dan gaat het vervolg als omschreven in bovenstaande vierde ronde.
Ook kan er afgesproken zijn, dat de winnaar met zijn eigen steen de steen van de tegenstander met één slag, mag proberen kapot te slaan.
?. Of is dit ook een variant van Biktor?(Jan Jagtman) Het spel wordt gespeeld op een harde en vlakke ondergrond of op straat. Je speelde het met een klein en plat steentje ter grootte van ongeveer vijf centimeter. De bedoeling is dat je met jouw steentje, de op een van tevoren vastgestelde afstand recht opgestelde steen van je tegenstander omver te werpen. Dat doe je met gooien of met de voet. Met de voet gaat het als volgt: je legt je steentje op de grond vóór de getrokken streep, en plaats dan je rechtervoet zodanig tegen het steentje dat deze tussen je grote teen en de bal van je voet ligt. Vervolgens zet je de linkervoet vóór de rechter, ga dan op de bal en de tenen van die voet staan.
Nu moet je met een krachtige draaibeweging het steentje richting opgestelde steen van de tegenstander te schieten met de bedoeling deze omver te krijgen. Je rechtervoet beweegt dus als het ware achter je linkerbeen langs.