Een spelletje met een massief rubberen balletje met een doorsnee van ongeveer drie centimeter en zes koperen bikkels.
De bikkels hebben vier vlakken met de volgende benamingen: ·Es (een vlak met enkele kleine putjes ingeslagen), ·glad (de vlakke zijde), ·put(de zijde met het putje erin) ·rug (tegengestelde zijde van put)
Dit spel wordt zittend of hurkend gespeeld. Wie hier beginnen mag wordt als volgt bepaald: Je neemt alle zes bikkels in één hand en gooit alle bikkels omhoog, waarna je moet proberen zoveel mogelijk bikkels op de rug van die hand op te vangen. Deze werp je nog een keer omhoog en het aantal bikkels die je nu in de palm van je hand weet op te vangen geeft jou aantal punten aan. Diegene die in deze volgorde de meeste bikkels in de handpalm heeft opgevangen mag beginnen.
Natuurlijk kan je ook met soeten bepalen wie er mag beginnen.
Eerste ronde. Je houdt het balletje met de bikkels in je rechterhand (Rechtshandige), gooit het balletje omhoog, laat de bikkels vallen en vang het balletje na één keer stuiteren van het balletje op. Gooi het balletje weer op, pak snel een bikkel en vang het balletje na één keer gestuiterd te zijn, met de bikkel in de hand op. Ga zo door tot je alle bikkels opgeraapt hebt, de bikkels wel in de spelende hand houden!
Let er wel op dat je bij het oppakken van de bikkel, niet één van de andere bikkels aanraakt, want dan ben je af en gaat de beurt naar de andere speler. Als het je niet lukt het balletje, na het stuiteren op te vangen, of als je bikkel mist, of als je reeds opgepakte bikkels uit je hand laat vallen, dan ben je ook af. Dit geld voor ook voor alle volgende rondes.
Tweede ronde. In deze ronde pak je na het opgooien van het balletje en het laten vallen van de bikkels als in de eerste ronde, niet één, maar twee bikkels gelijktijdig op. Afhankelijk van hoe de bikkels op de grond zijn komen te vallen, kan je hetzij in één keer twee bikkels gelijktijdig, hetzij snel twee bikkels één voor één oppakken.( wij noemden dit “tjekken”) Dit moet wel in de tijd gebeuren tussen opgooien, één keer stuiteren en weer opvangen van het balletje plaatsvinden.
Derde ronde. In plaats van twee moeten er nu drie bikkels gelijktijdig opgepakt worden.
Vierde, vijfde en zesde ronde. In de vierde ronde, één keer vier en één keer twee bikkels, in de vijfde ronde één keer vijf en één keer één bikkel en in de zesde ronde alle zes bikkels in één keer oppakken!
Zevende ronde. Voor je in deze ronde de bikkels mag oppakken, moet je alle bikkels eerst omdraaien tot de put zijde boven ligt. Dan pas begin je net als in bovengenoemde rondes, de bikkels één voor één, dan twee bij twee, dan drie bij drie enz. op te pakken.
Achtste ronde. De bikkels moeten nu eerst met de rug zijde naar boven gedraaid worden, enz.
Negende ronde. Alle bikkels eerst op de glad zijde draaien, enz.
Tiende ronde. Nu alle bikkels op de es zijde draaien, enz.