Via via hoorden we over een meisje die haar eigen drumset had. Een drum- set! Dat was het belangrijkste. Maar een meisje erachter? Daar hadden we nog nooit van gehoort. Winnie d’Ancona, aldus onze drumster, bleek echt talent te hebben en deed voor geen jongen onder. Haar beat bracht zelfs Skinnie Minnie aan het gojang. Rudy Liauw was ook van de partij en Ronnie Robert was terug uit duitsland dus zo begon jamming at the Embers.
Voor de ouwe heer Timmer was dit een extra inkomen. Hij verkocht kaartjes bij de deur en kratjes Cola stonden naast hem in de gang. Als we de week-ends een uitvoering gaven hoefden we de zaalhuur niet te betalen.
Al eerder had Ronnie aangemonsterd bij Theo Boers en “The Canaries”. Zo hoopte hij de militaire dienst te ont-vliegen……In het nocturne leven, ergens op de buehne in Duistsland waar hij buiten de greep van de MP’s dacht te blijven. Hij had echter niet gerekend op z’n moeder, voor iedereen “tante Ip”, voorgangster van de Pinkster gemeente, met oom Bernard en de Heer aan haar zijde.
Resoluut als een pitbull zal ze zoonlief, al spartelend uit het slijk van de Goethestrasze in Muenchen onttrekken om hem bij de poort van de kazerne af te droppen. En voor twee lange jaren zal hij ‘smorgens met muziek in de oren worden gewekt........ De reveille!
Hopelijk zou de drill-sergeant hem het verslapen afleren zodat hij ‘szondags op tijd in de kerk komt. Dat was achteraf gezien teveel gevraagd.
Deze missie om Ronnie uit de greep van de wereld te redden moest gebeuren met hun ouwe blauwe Volvo. Die reed nog prima al kon je hier en daar de straatstenen door de vloer heen zien. Richard en ik werden gepaaid om mee te komen. Waarschijnlijk in de hoop dat wij Ronnie van z’n verkeerde gang konden overtuigen. Wij sleepten en passant nog een hitch-hiker mee die een vrij tripje naar duitsland niet afsloeg; Allemans vriend en bon vivant Jackie van Rooyen die niets had mee te nemen want al het benodigde zou hij wel versieren. Er was trouwens geen plaats meer want we waren bepakt en gezakt met segala lemper en rotti kukus, rijst in een bunkusan om het warm te houden en enkele bijgerechten met sambalans, en zo begonnen we onze trek naar Bavaria.
Toevallig speelden daar vier Indo bands op een rijtje: Oety en z’n Real Rockers, The Black Dynamites, de “The Java-lins” en de Canaries. Wij vonden de “Canaries” in de Rhumba-bar. Een duistere gelegenheid waar, bij het binnen komen de zware bier-lucht tegen je gezicht sloeg. Een gevederde canarie zou hier subiet van z’n stokje vallen. De plaats was druk bezet met een mélange van amerikaanse GI’s enerzijds en leden van het edele ras anderzijds, die zo nu en dan hun verschil van mening met de nodige klapjes bijzetten.
Over de groupies zullen we het maar niet hebben en daar blijf ik bij. Invoking my fifth amendment right; Statute of limitation notwithstanding.
Na het spelen, meestal vier uur in de morgen, was er de gebruikelijke kumpulan om ergens te eten. Op een keer kwam Harry Koster van de B’Ds bij Ronnie zitten om zijnhart uit te storten. Hij zat in de puree want z’n pianist had opgezegd. “Wel”, zei Ronnie, “Richard is hier, waarom neem je hem niet”. Richard zat aan de andere kant en gooide blikken naar Ronnie van “wat doe je me nou aan!” Want Richard had nog nooit op een podium gestaan en dansen vond hij koelie werk. Harry kon er wel wat van maken en het leger had hem al wat slag-vaardiger gemaakt,....... in de cantine; daar was het d’r op of geen vreten!
Long story short; Ronnie kwam mee naar huis en Richard bleef in Duitsland.